Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) gaf vorig jaar bijna zeven miljoen euro minder uit dan van te voren was begroot. Dat laat de jaarrekening 2020 zien. Belangrijke redenen hiervoor zijn de vertraging van werkzaamheden door corona, de droge zomer en een hogere dividenduitkering van de Waterschapsbank. Ook enkele incidentele posten hebben het resultaat beïnvloed. De jaarstukken worden op dinsdag 29 juni door het algemeen bestuur behandeld. 

Om al het werk op de verschillende waterthema’s gedaan te krijgen, hield het waterschap rekening met een tekort van 5,6 miljoen euro. Dit kon worden gedekt vanuit de opgebouwde reserves. Na alle inkomsten en uitgaven over 2020 te hebben verwerkt, toont de jaarrekening een overschot van 1,3 miljoen euro. Daarmee is het financiële resultaat 6,9 miljoen euro voordeliger dan aanvankelijk werd begroot.  

“De gevolgen van COVID-19 op onze taken en projecten is op dit moment lastig in te schatten”, zegt bestuurder en portefeuillehouder Financiën Herman Odink. “Zolang we nog te maken hebben met beperkende maatregelen, is het zoeken naar manieren om de voortgang er in te houden. Dat dit de nodige vertraging met zich meebrengt, mag helder zijn. Uitgestelde kosten betekent overigens niet dat we deze kosten niet meer maken, maar dat we deze uitgaven vooruit hebben moeten schuiven.  Ondanks het zeer bijzondere jaar, kijken we tevreden terug. Veel van de voorgenomen maatregelen hebben we toch kunnen realiseren door hier digitaal aan te werken. Zo hebben we ook in het  coronajaar weer veel werk verzet voor veilige dijken en voor schoon en voldoende water voor landbouw, natuur en stedelijk gebied.” 

Reserves

Het waterschap kent de afspraak dat het saldo uit de jaarrekening wordt verrekend met de egalisatiereserves. Dit met als doel deze ‘spaarpot’ in te zetten om eventuele stijgingen van de waterschapsbelasting te beperken. “Een afspraak die extra van belang is, gezien deze onzekere tijd van de coronacrisis in combinatie met alle werkzaamheden waar het waterschap voor staat”, aldus Odink. “De belastingtarieven voor volgend jaar stellen we in november vast. Het is aan het algemeen bestuur om te bepalen in welke mate én in welk tempo de reserves worden ingezet.” 

Nieuwe bestemmingsreserve

Het algemeen bestuur wordt verder voorgesteld om een deel van het resultaat 2020 toe te voegen aan een nieuw in te stellen bestemmingsreserve. Het gaat dan om de overgebleven budgetten van twee  afgesloten fases van dijkversterkingsprojecten binnen het landelijke  Hoogwaterbeschermingsprogramma. “Omdat 90 procent gefinancierd wordt door het rijk en de andere waterschappen in Nederland, willen we deze budgetten blijvend inzetten voor dit doel en niet laten terugvloeien in onze algemene middelen.”

Uitdagingen

Net zoals afgelopen jaren, staan ook de komende jaren het waterschap grote uitdagingen te wachten. “Door de verandering van het klimaat moeten we voorbereid én bestand zijn tegen langere periodes van droogte en tegen periodes van acuut veel water. Schoon water, droge voeten en waterveiligheid kennen  diverse ambities die om kostbare investeringen vragen. Als bestuur kijken we daar kritisch naar.  Daarnaast levert het waterschap ook zijn bijdrage aan duurzaamheid en de circulaire economie. Zo willen we in 2025 energieneutraal zijn. Deze investeringen kosten geld, maar leveren op de langere termijn ook weer geld op.” 

Het waterschap heeft haar ambities voor de komende jaren vastgelegd in de Watervisie. Een nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 dat eind dit jaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld.