Tweehonderd kilometer natuurijs. Een kopgroep van drie. Twee broers uit Staphorst die voor verschillende ploegen rijden en tegelijk precies weten hoe de ander zich voelt.
De Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee van 2024 leverde een uitslag op die zelfs in een sterke Staphorster schaatstraditie opvalt. Christian Haasjes won. Zijn broer Ronald werd derde.
Christian was 21 en werd daarmee de jongste winnaar van de 200 kilometer lange wedstrijd. Ronald zat in dezelfde beslissende kopgroep. In een interview met Ontdek Staphorst vertelden de broers later hoe merkwaardig de finale was. Ze reden voor verschillende teams, maar bleven broers. Toen Ronald iets wegreed, blufte Christian door niet meteen het gat dicht te rijden. De derde man moest reageren. Uiteindelijk pakte die tactiek goed uit.
Hun route naar het natuurijs begon niet met schaatsen, maar met skeeleren. Via een oom en hun broer Jurrian rolden ze letterlijk de sport in. Ze maakten rondjes over straat en stoep, vielen, stonden weer op en ontwikkelden het duurvermogen dat later op ijs van pas kwam.
Dat is typerend voor Staphorst. De skeelerbaan op De Tippe werd in 2002 aangelegd en rond dezelfde tijd ontstond Skeelervereniging Staphorst. Inline-skaten en marathonschaatsen raakten steeds sterker met elkaar verbonden. Jongeren konden in de zomer wedstrijden rijden en in de winter de overstap naar het ijs maken.
De Haasjes-broers laten zien hoe ver die route kan leiden.
Hun sportleven kent bovendien een duidelijke eigen keuze: ze rijden niet op zondag. In de topsportkalender kan dat consequenties hebben, maar voor de broers hoort het bij wie ze zijn. Die combinatie van ambitie en overtuiging maakt hun verhaal uitgesproken Staphorsters.
Na de Weissensee volgden nieuwe nationale prestaties. Christian werd Nederlands kampioen baanwielrennen op de afvalkoers, Ronald pakte een nationale titel op de weg in de puntenkoers. Broer Joël werd Nederlands kampioen marathon bij de junioren A.
Daarmee werd de familie Haasjes bijna een eigen hoofdstuk binnen de lokale duursport.
Toch blijft die dag op de Weissensee het beeld dat alles samenbrengt. Urenlang rijden op natuurijs, tactiek, vermoeidheid en uiteindelijk twee broers op hetzelfde podium.
Bij de finish was er één winnaar.
Maar voor Staphorst voelde de uitslag waarschijnlijk breder dan goud en brons.
Het verhaal achter de uitslag
De familiegeschiedenis laat zien hoe disciplines elkaar versterken. Skeeleren vraagt een vergelijkbare lage houding, duurcapaciteit en bochtentechniek als schaatsen, terwijl wielrennen extra duurvermogen en koersinzicht ontwikkelt. De broers bewegen daardoor door meerdere sporten zonder dat de basis telkens opnieuw hoeft te worden opgebouwd.
Een sportomgeving die meehelpt
De Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee is een wedstrijd waarin pure snelheid pas laat doorslaggevend wordt. Tweehonderd kilometer lang moet een rijder eten, drinken, positie kiezen, materiaal sparen en alert blijven op ontsnappingen. Dat twee broers uit Staphorst in 2024 tegelijk in de beslissende groep zaten, maakte de finale uitzonderlijk.
Waarom dit meer is dan één moment
De keuze om niet op zondag te sporten is voor de broers geen publiciteitsdetail maar een vaste grens. In een kalender waarin wedstrijden niet om persoonlijke overtuigingen heen worden gepland, kan dat sportieve gevolgen hebben. Juist daarom zegt de keuze iets over de manier waarop zij topsport in hun leven plaatsen.
De lijn naar Staphorst
De familie is bovendien zichtbaar in de lokale vereniging. Christian, Ronald en Joël zijn of waren betrokken bij de skeeleromgeving waarin nieuwe jeugd leert rijden. Daarmee loopt de lijn van topsport terug naar de plek waar de volgende generatie begint.
Wie alleen naar de erelijst kijkt, mist bovendien het grootste deel van een sportloopbaan. De wedstrijden die niet werden gewonnen, de trainingsweken zonder publiek en de momenten waarop vorm of materiaal tegenzat, verdwijnen meestal uit het archief. Toch zijn juist die periodes nodig om een topprestatie te begrijpen. Succes is zelden één perfecte dag; het is vaker het resultaat van jarenlang blijven terugkomen.
Voor een dorp of gemeente werkt zo’n prestatie ook als voorbeeld. Jongere sporters zien dat een landelijke of internationale top niet uitsluitend iets is van grote steden en professionele opleidingscentra. De eerste training kan gewoon plaatsvinden op een lokaal veld, een baan aan de rand van het dorp of bij een vereniging die grotendeels door vrijwilligers wordt gedragen.
Daar zit tegelijk een waarschuwing in. Achteraf lijkt een carrière logisch: van jeugd naar talent, van talent naar kampioen. In werkelijkheid zijn routes grillig. Sporters wisselen van discipline, raken geblesseerd, missen selecties of ontdekken pas relatief laat waar hun grootste kwaliteit ligt. Een goed sportverhaal moet daarom ruimte laten voor die omwegen.
De betekenis voor Staphorst zit uiteindelijk niet alleen in trots op een naam of titel. Het zit in de herkenning dat prestaties voortkomen uit een omgeving waarin mensen bereid zijn tijd te investeren. Trainers staan ’s avonds op het veld, ouders rijden naar wedstrijden en vrijwilligers organiseren competities. Zonder die laag zou de lijst kampioenen veel korter zijn.
En dan blijft de vraag wat er na een succes gebeurt. Een beker gaat in een kast, een kampioenstrui aan een hanger en een medaille uiteindelijk in een lade. Het verhaal blijft vooral leven wanneer het wordt doorverteld. Precies daarom hoort deze geschiedenis thuis in een vaste rubriek: niet om sporters groter te maken dan ze zijn, maar om te bewaren wat hun prestaties over de gemeente vertellen.
Wie alleen naar de erelijst kijkt, mist bovendien het grootste deel van een sportloopbaan. De wedstrijden die niet werden gewonnen, de trainingsweken zonder publiek en de momenten waarop vorm of materiaal tegenzat, verdwijnen meestal uit het archief. Toch zijn juist die periodes nodig om een topprestatie te begrijpen. Succes is zelden één perfecte dag; het is vaker het resultaat van jarenlang blijven terugkomen.
Voor een dorp of gemeente werkt zo’n prestatie ook als voorbeeld. Jongere sporters zien dat een landelijke of internationale top niet uitsluitend iets is van grote steden en professionele opleidingscentra. De eerste training kan gewoon plaatsvinden op een lokaal veld, een baan aan de rand van het dorp of bij een vereniging die grotendeels door vrijwilligers wordt gedragen.
Daar zit tegelijk een waarschuwing in. Achteraf lijkt een carrière logisch: van jeugd naar talent, van talent naar kampioen. In werkelijkheid zijn routes grillig. Sporters wisselen van discipline, raken geblesseerd, missen selecties of ontdekken pas relatief laat waar hun grootste kwaliteit ligt. Een goed sportverhaal moet daarom ruimte laten voor die omwegen.
De betekenis voor Staphorst zit uiteindelijk niet alleen in trots op een naam of titel. Het zit in de herkenning dat prestaties voortkomen uit een omgeving waarin mensen bereid zijn tijd te investeren. Trainers staan ’s avonds op het veld, ouders rijden naar wedstrijden en vrijwilligers organiseren competities. Zonder die laag zou de lijst kampioenen veel korter zijn.