Hoofdtrainer van SC Rouveen Danny Giethoorn tekende in december een contractverlenging. De 33-jarige Hardenberger staat overdag voor de klas als invalmeester in het basisonderwijs en is ’s avonds te vinden op het trainingsveld. Wat ooit begon als een passie voor voetbal, groeide uit tot een duidelijke ambitie: mensen helpen ontwikkelen, als speler én als mens. ‘Ik merkte al snel dat mijn kracht niet per se lag in zelf spelen, maar in begeleiden en coachen.’

Danny begon ooit als voetballer in de jeugd bij VV de Weide en eindigde in een vriendenteam. ‘Mijn voeten deden niet altijd wat mijn hoofd wilde op het veld. Dat frustreerde me. Toen heb ik besloten: ik stop als speler en ga vol voor het trainersvak. Daar kan ik meer bereiken.’

Sinds zijn achttiende is Danny actief als trainer. Hij begon bij de jongste jeugd en klom steeds een stapje hoger. Inmiddels is hij voor de tweede keer hoofdtrainer, dit keer bij SC Rouveen. hiervoor was hij trainer bij FC Emmen, HHC Hardenberg, VV Hellendoorn en SV Vasse.

Elke dag 1% beter worden

Als trainer heeft Danny een heldere visie. ‘Het eerste wat ik doe, is kijken wat de club in huis heeft. Welke spelers zijn er, wat kunnen zij, wat past bij hen? Dat bepaalt hoe we spelen.

Bij SC Rouveen trof ik een jonge, gedreven selectie aan. Een team dat wil werken. Dat past bij de cultuur van het dorp. Rouveen staat bekend om zijn hardwerkende mensen. Niet klagen, geen slachtoffermentaliteit. Die mindset zie je ook terug op het veld.’

Zijn uitgangspunt is simpel: elke dag één procent beter worden. Niet alleen voetballend, maar ook als mens. ‘Ontwikkeling zit soms in tactiek, soms in techniek, maar vaak ook in hoe je met elkaar omgaat en in veerkrachtig leren omgaan met tegenslagen.’

Zijn coachingsstijl omschrijft hij als duidelijk, direct en eerlijk. ‘Ik hou van positief coachen. Constructief. Als ik iets zeg, moet het ergens toe leiden.’ Daarin bespeur je de invloed van zijn werk in het onderwijs. ‘Voor de klas, net als langs de lijn, draait het om structuur, duidelijkheid en vertrouwen. ‘Ik ben gewend om met groepen te werken en om verschillende types mensen te begeleiden. Dat sluit perfect aan bij het trainersvak.’

Je kunt niet falen

Die gedachte vormt de kern van zijn manier van werken. Hij gelooft heilig in het idee dat falen niet bestaat, alleen leren. ‘Kijk naar succesvolle ondernemers, die zijn vaak honderden keren onderuit gegaan. Dat is in sport net zo. Je kunt niet falen, je kunt wel leren.’

Dat werd extra zichtbaar in zijn eerste seizoen bij Rouveen. Na de zomer stopten veel spelers; er werd afscheid genomen van zo’n acht man. Een nieuwe kern moest worden opgebouwd, een nieuwe speelstijl ingeslepen. ‘Dat kost tijd. Het eerste halfjaar stond volledig in het teken van ontwikkelen. Kijken wat we kunnen, zoeken naar een lijn. We zaten echt in een tussenfase.’

Ondanks een turbulente start kijkt hij met een goed gevoel terug. ‘Ik ben warm ontvangen, maar de club is ook kritisch en veeleisend. Dat vind ik mooi. Het is een club die vooruit wil, die ambitie heeft. Dat past bij mij.’

De neuzen dezelfde kant op

‘In zo’n fase van vernieuwing draait alles om verbinding. Ik koos daarom bewust voor veel gesprekken. Met de groep, individueel, in kleine kring. We hebben het gehad over verwachtingen, over hoe we omgaan met teleurstelling en succes. Over wat het betekent om een team te zijn.’

Zijn boodschap is steeds dezelfde: het teambelang staat boven alles. ‘Dat herhaal ik op allerlei manieren. Met filmpjes, met voorbeelden, met eigen ervaringen. Individueel bereik je minder dan samen.’

Inmiddels zijn de puzzelstukjes op hun plek gevallen. ‘Spelers begrijpen wat de bedoeling is, wat hun kracht is en hoe ze tegenstanders pijn kunnen doen. De basis ligt er. En dan wordt het leuk, want dan kun je de verdieping in.’

Met het oog op de tweede seizoenshelft ziet hij vooral kansen. ‘Nu er meer stabiliteit is, kun je gerichter werken, meer aandacht besteden aan details en dat biedt mogelijkheden.’

Meer dan alleen een voetbalclub

Wat hem vooral aantrekt in Rouveen, is de betrokkenheid. ‘De club leeft. Er is altijd bedrijvigheid en er zijn veel mensen die zich betrokken voelen en een groot hart hebben voor de voetbalclub. De gedrevenheid van de club zelf spreekt mij ook echt aan.

En zo’n vereniging heeft echt een maatschappelijke functie. Het is veel meer dan alleen een voetbalclub. Ik vind het heel mooi om die verbinding ook terug te zien in de kantine en langs de lijn.’

De grootste uitdaging voor de club ligt volgens hem in continuïteit. ‘Als club moet je blijven zorgen voor doorstroming vanuit de jeugd. Tegelijkertijd groeit de vereniging hard, met elk jaar bijna een elftal erbij. Dat is prachtig, maar het vraagt ook om een grotere capaciteit en het maken van keuzes. Daarin hebben de club en de gemeente een belangrijke taak.’

Voor zichzelf ziet hij een andere uitdaging: scherp blijven. ‘Het tweede jaar is soms lastiger dan het eerste. Dan is het niet meer nieuw. Hoe blijf je prikkelen? Met nieuwe ideeën, variatie in trainingen, soms een andere tactiek of formatie. En vooral: blijven praten met de jongens. Ze mede-eigenaar maken van het proces. We moeten het samen doen.’

Overal iets moois achterlaten

Als hij terugkijkt op zijn trainerscarrière, is Danny het meest trots op het feit dat hij bij elke club iets moois heeft achtergelaten. ‘Ik heb bij elke club goed kunnen werken en overal met een goed gevoel afscheid genomen. Bij iedere club staat de deur nog steeds voor mij open en is er waardering. Dat zegt voor mij alles.

Bij SC Rouveen zit ik goed op mijn plek. De club staat goed op de kaart in de regio en wordt ervaren als een gemoedelijke, leuke, en gedreven vereniging. Het is mooi om van de andere clubs positieve feedback terug te krijgen over SC Rouveen en het dorp. Ik kan dat alleen maar beamen.’